- +31 74 750 12 20 |
- Webmail |
- Inloggen MijnPerrit |
- Contact |
- Bel me nu |
- +31 74 750 12 20 |
- Webmail |
- Inloggen MijnPerrit |
- Contact |
- Bel me nu |

0 producten: € 0,00
Een geheugendumpbestand genereren als een server niet meer reageert (vastloopt)
Gepost op 16-10-2003 - Windows NT en 2000 - 0 reacties
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
- Microsoft Windows® 2000 Server
- Microsoft Windows 2000 Professional Edition
- Microsoft Windows 2000 Advanced Server
- Microsoft Windows NT Server 4.0 Standard Edition
- Microsoft Windows NT Workstation 4.0 Developer Edition
Samenvatting
Als een server met Windows NT 4.0 of Windows 2000 niet meer reageert (vastloopt), kunt u een geheugendumpbestand maken om het probleem op te lossen. Wanneer u een geheugendumpbestand maakt, lijkt dat op het afdwingen van een foutencontrole of een Stop-fout op de server.Als u de in dit artikel beschreven procedure wilt uitvoeren, moet u beschikken over een tweede computer die externe foutopsporingscomputer wordt genoemd, alsmede over een nulmodemkabel.
OPMERKING: If you use Windows 2000, you can transfer the memory from the console. If you use this functionality, you do not have to use a Remote Debugger computer; however, Windows may not create a dump file for the computer each time it stops responding.
Klik op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base voor meer informatie over het maken van een geheugendumpbestand op een Windows 2000-computer:
Meer informatie
Procedure op de server
Windows NT 4.0
Ga als volgt te werk op een Windows NT 4.0-server die niet meer reageert:- Klik met de rechtermuisknop op Deze computer en klik op Eigenschappen.
- Open het tabblad Opstarten/Afsluiten.
- Controleer of het selectievakje Foutopsporingsgegevens vastleggen is ingeschakeld en of de bestandslocatie geldig is.
- Sluit de nulmodemkabel aan op de seriële poort van de server.
OPMERKING: voor de resterende instructies gebruikt u poort COM1. U kunt echter ook poort COM2 gebruiken. - Bewerk het bestand Boot.ini Ga hiervoor als volgt te werk:
- Kopieer de normale opstartvermelding en voeg deze toe aan het eind van het bestand Boot.ini.
- Voeg de volgende regel toe en markeer de beschrijving als een DEBUG boot: Het bestand Boot.ini ziet er dan als volgt uit:
/debug /debugport=com1 /baudrate=57600
[boot loader]
timeout=30
default=multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINNT
[operating systems]
multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINNT="Windows NT Server Version 4.00"
multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINNT="Windows NT Server Version 4.00 [VGA mode]" /basevideo /sos
multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINNT="Windows NT Server Version 4.00 Debug" /debug /debugport=com1 /baudrate=57600
- Start de server opnieuw op en klik op Foutopsporingsmodus.
Windows 2000
Ga als volgt te werk op een Windows 2000-server die niet meer reageert:- Klik met de rechtermuisknop op Deze computer en klik op Eigenschappen.
- Open het tabblad Geavanceerd en klik op Opstart- en herstelinstellingen.
- Klik op Dump van volledig geheugen en controleer of de geheugenlocatie van het dumpbestand geldig is.
- Sluit de nulmodemkabel aan op de seriële poort van de server.
OPMERKING: voor de resterende instructies gebruikt u poort COM1. U kunt echter ook poort COM2 gebruiken. - Bewerk het bestand Boot.ini Ga hiervoor als volgt te werk:
- Kopieer de normale opstartvermelding en voeg deze toe aan het eind van het bestand Boot.ini.
- Voeg de volgende regel toe en markeer de beschrijving als een DEBUG boot (Foutopsporingsmodus): Het bestand Boot.ini ziet er dan als volgt uit:
/debug /debugport=com1 /baudrate=57600
[boot loader] timeout=30 default=multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINNT [operating systems] multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINNT="Microsoft Windows 2000 Advanced Server" /fastdetect multi(0)disk(0)rdisk(0)partition(1)\WINNT="Microsoft Windows 2000 Advanced Server" /fastdetect /debug /debugport=com1 /baudrate=57600
- Start de server opnieuw op en klik op Foutopsporingsmodus.
Procedure op de externe foutopsporingscomputer
Windows NT 4.0 en Windows 2000
- Sluit het andere uiteinde van de nulmodemkabel aan op poort COM1 van de externe foutopsporingscomputer.
- Installeer de hulpprogramma's voor foutopsporing vanaf de cd-rom van Windows.
De hulpprogramma's voor foutopsporing bevinden zich in de map Support\Tools op de cd-rom van Windows 2000 en in de map Support\Debug\I386 op de cd-rom van Windows NT 4.0. U kunt de hulpprogramma's voor foutopsporing ook installeren vanaf internet. Hiertoe gaat u naar de volgende website van Microsoft: - Voer WinDBG uit.
- Klik in het menu File op Kernel Debug.
- Stel de baudrate in op 57600, stel de COM-poort in op 1, klik op OK en klik op No om de werkruimte op te slaan.
- Klik in het menu Debug op Break.
- Nadat het bericht wordt weergegeven dat u hebt gedrukt op CTRL+BREAK, typt u .crash.
- Klik in het menu File op Exit en klik op No om de werkruimte op te slaan.
- Nadat de dump is gemaakt, gebruikt u Dumpchk.exe in de hulpprogramma's voor foutopsporing om de integriteit van het dumpbestand te controleren.
- Verzend het dumpbestand voor analyse naar Microsoft Productondersteuning.
Klik op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base voor meer informatie over de schakeloptie MAXMEM:
Referenties
Klik voor meer informatie op de volgende artikelnummers in de Microsoft Knowledge Base:
Relevante artikelen |
Gekoppelde tagsProcedure, Windows 2000, Windows NT, Works |
Reacties
Nog geen reacties geplaatst.
